Baltische staten 2025

De Oder

Wij rijden doorheen Brandenburg, langs Prenzlau richting Polen. We bevinden ons in de voormalige DDR, in een gebied dat in de laatste dagen van april 1945 zwaar te lijden had onder de laatste oorlogshandelingen. Op 20 april waren de Russen bij Szczecin (Stettin) de Oder overgestoken en joegen de verslagen Duitse troepen voor zich uit. Deze probeerden de geallieerden te bereiken om Russisch krijgsgevangenschap te vermijden. Rond Prenzlau vonden de laatste gevechten plaats om de noordelijke Russische opmars te vertragen. Van het stadje reste nadien alleen nog puin.

De Marienkirche en de Mitteltorturm zijn heropgebouwd na de oorlog.

Na de oorlog kwam Prenzlau binnen de grenzen van de DDR te liggen. De stad werd heropgebouwd in sobere sovjetstijl, met een zee van kleurloze woonblokken. Na de Duitse eenmaking keerde echter de levendigheid terug: tal van historische gebouwen werden zorgvuldig gerestaureerd of zelfs volledig heropgebouwd. Toch blijft het strakke DDR-patroon onmiskenbaar in het stadsbeeld aanwezig.

Voorbij Prenzlau nemen wij de snelweg richting Szczecin. Plots stuiten wij op Europa op z’n smalst: grenscontrole. In september 2024 voerde Duitsland opnieuw controles in om illegale migratie tegen te gaan. Bijna een jaar later heeft Polen als tegenreactie hetzelfde gedaan. Een vriendelijke Poolse onderofficier bekijkt mijn identiteitskaart, terwijl haar collega’s nieuwsgierig naar mijn wit-rode nummerplaat turen. Belgische wagens zien ze hier duidelijk niet vaak.

Wij rijden verder de Oder over, terug in de tijd. Het is midden februari 1945. Twee weken eerder hebben de Russische troepen de rivier bereikt en een bruggenhoofd gevormd bij Küstrin – het huidige Kostrzyn nad Odrą. Daarmee dringt een enorme wig door het hart van het Derde Rijk, gericht op Berlijn.

Ten noorden en ten zuiden bevinden zich Duitse troepen. Vanuit het noorden besluiten zij de Russen in de rug aan te vallen en zo het bruggenhoofd te vernietigen. Hiervoor wordt haastig een nieuw leger bijeengebracht, met diverse Germaanse SS-divisies als kern. Op papier lijkt dit een formidabele strijdmacht, maar in de praktijk valt het behoorlijk tegen. Na twee dagen stokt de aanval: slechts vijftien kilometer winst is geboekt.

Toch is het effect op het Russische opperbevel groot. Zij besluiten eerst de noordelijke en zuidelijke flanken van de wig op te ruimen en de aanval op Berlijn uit te stellen tot midden april. In diezelfde periode rukken de geallieerden vanuit het westen op: van de Maas, over de Rijn, tot aan de Elbe.

Rood = Russisch offensief januari 1945 // Zwart – Duits tegenoffensief midden februari 1945 // paars – route CamperWaggel // kaart = https://www.openstreetmap.org/copyright.

De tocht voert ons langs Stargard en Choszczno (het vroegere Arnswalde). Het landschap sluit naadloos aan op dat van Brandenburg: lage heuvels en dichte bospartijen maken het eerder gesloten. Het is nu echter hoogzomer, niet het winterse dooiweer waarin de slag destijds plaatsvond. Na een korte stop in Choszczno gaat de reis verder richting Kostrzyn nad Odrą. Hier opent het landschap zich even en wordt het licht golvend. Ik steek opnieuw de Oder over. Aan de Duitse grens leunen de controleurs ongeïnteresseerd tegen de betonnen blokken van de afsluiting wanneer ik Polen verlaat. Bij Letschin rond ik mijn tocht af. Hier vind ik een rustige plek voor de nacht op een particuliere camperplaats (Park4Night).

T34/85 op het plein voor het museum. Let op de ruwe afwerking van de lasnaden. Dit is typisch voor de productie in de oorlogsjaren. Latere exemplaren zijn fijner afgewerkt.

De dag nadien blijf ik in 1945. Het is nu 16 april en de Russen vallen frontaal aan richting Berlijn. De Duitsers hebben echter hun stellingen aan de Oder ontruimt en zich een tiental kilometer verder teruggetrokken en een vijtig meter hoge heuvelkam: de Seelower Höhen. Drie dagen lang houden ze daar stand, tot ze uiteindelijk overrompeld worden door het numeriek sterkere Russische leger.

Na de oorlog verschijnt hier een monument, omgeven door soldatengraven, een museum en een ereplein – alles ter glorie van het Rode Leger in de Grote Vaderlandse Oorlog. Na de eenmaking worden aan het geheel elementen toegevoegd die de DDR-tijd belichten en ook die laatste Duitse weerstand voor Berlijn. Het ereplein met voertuigen en het hoger gelegen monument kan je vrij bezoeken, voor het museum moet je een kleine bijdrage betalen (die het ook waard is).

Voor een laatste maal steken wij de Duits-Poolse grens over, bij Frankfurt an der Oder. Een Poolse soldaat, met rode baret en een blik die geen tegenspraak duldt, gebiedt me halt te houden. Zijn ogen glijden kort over de vreemde nummerplaat, waarna hij me met een nors gebaar verder stuurt. Ik hef mijn hand in een korte groet en rijd het oosten tegemoet, weg uit de schaduw van de Odervallei.

Ik rij door tot de kleine marina van Czarnków . Daar sta ik moederziel alleen met een prachtige infrastructuur tot mijn beschikking. (Park4Night)

De Oostgrens

Vier dagen heeft CamperWaggel nodig om Polen te doorkruisen. Ik bevind mij in de Suwałki-corridor. Ten oosten ligt Wit-Rusland, ten westen de Russische exclave Kaliningrad. Via een verlaten grenspost rij ik Litouwen binnen. Aan de overzijde houdt een Poolse grenspatrouille een vrachtwagen tegen die de andere richting uitgaat. Ooit was dit de grens van de Sovjet-Unie. Nu vormt ze een binnengrens van de Europese Unie. In korte tijd hebben zich hier grote politieke veranderingen voltrokken, met de nodige groeipijnen tot gevolg.

Het landschap is niet vlak, maar licht golvend, met uitgestrekte bospartijen en kleine dorpjes. Het doet sterk denken aan het Zweedse Småland, wat niet zo vreemd is aangezien we ons op dezelfde breedtegraad bevinden. De wegen blijven tweevaks tot we de omgeving van Vilnius bereiken. Daar vinden we een plek op een parking die is ingericht als camperplaats. Niet de meest charmante locatie, maar wel voorzien van alle comfort en met een busverbinding naar het historische centrum van de stad.

Camping Vilnius City is niet meer dan een met hekken afgezet deel van Litexpo. Niet mooi, maar wel ruim en rustig. (Park4Night)

Het centrum van Vilnius ademt een bijna zuiderse, mediterrane sfeer uit. Vanaf het stadhuis tot aan het Paleis van de Groothertogen van Litouwen loopt het commerciële en toeristische hart van de stad zacht glooiend naar beneden. De straten zijn gevuld met gezellige cafés, terrassen en boetiekjes die bijdragen aan de levendige uitstraling. Vilnius staat bovendien bekend om zijn indrukwekkende aantal kerken – elk met een eigen stijl, variërend van gotisch en barok tot neoklassiek – waardoor de stad een unieke en veelzijdige skyline heeft.

De Sint-Franciscus- en Bernardinuskerk, samen met de eraan vastgehechte Sint-Annakerk, vormen een geheel in baksteengotiek. Dit is typisch voor de Baltische regio, waar natuursteen niet zo voorhanden is..

Na Vilnius trekken wij verder noordwaarts, op weg naar Estland. Het landschap verandert nauwelijks, maar de sporen van verval worden steeds zichtbaarder. De oude sovjet-woonblokken langs het traject verkeren in erbarmelijke staat. In de omgeving van Daugavpils bevinden wij ons in een uithoek van Letland: hier is de helft van de bevolking Russischtalig en zijn de Letten een minderheid in hun eigen land. De geringe overheidsinvesteringen in deze regio laten zich voelen; het wegennet is een lappendeken van gaten en haastig uitgevoerde herstellingen. De hulpluchtvering van CamperWaggel is hier zeker geen luxe.

Aan de oevers van het meer Sivers vinden wij uiteindelijk onderdak op Camping Siveri. De natuur is hier overweldigend en stil. Hoewel het hoogzomer is, delen wij deze plek nauwelijks met anderen — geen andere campers, geen drukte, alleen water, bomen en rust.

Zithoek aan de oevers van het Sivers op camping Siveris (Park4Night)

Wij blijven langs de oostgrens van het Westen noordwaarts rijden. Het navigatiesysteem stuurt ons afwisselend over verharde opgelapte straten en vervolgens over pistes met een steenslagverharding. Ironisch genoeg rijden wij op die laatste comfortabeler. Je mag er tot 90 km/u rijden, maar de helft daarvan vinden wij meer dan voldoende. Alleen de donkergrijze kleur van CamperWaggel verdwijnt gaandeweg onder een okerkleurige, matte stoflaag.

Grindweg in Letland.
Het landschap blijft golven, met een afwisseling van wouden, landbouwgronden en kleine dorpjes. Van de nabijheid van de grens merken wij niets, maar ook van toerisme is geen spoor te bekennen.

Uiteindelijk bereiken wij Estland en laten wij de hobbelwegen achter ons. Aan het Peipusmeer — een van de grootste zoetwaterbekkens van Europa — komen wij tot stilstand. Aan de overzijde ligt Rusland; hier staan wij letterlijk aan de oostgrens. De jachthaven van Räpina beschikt over een aantal goed uitgeruste standplaatsen (Park4Night). Voor het eerst sinds lange tijd zijn wij niet meer alleen: twee nette Duitse campers hebben hier al postgevat. Met onze door stof dof geworden CamperWaggel steken wij daar schril tegen af.

Wij zijn aan het einde van onze wereld want waar het water stopt val je van de rand.

We rijden verder door de grensstreek, noordwaarts. Vanaf hier volgt de grens het water van het grote meer, tot waar de Narva-rivier het meer afvoert naar de Finse Golf. Het landschap vlakt uit en het verkeer wordt dichter. Uiteindelijk bereiken we Narva, de stad aan de monding van de gelijknamige rivier. Ook deze grensstad wordt grotendeels bewoond door etnische Russen. Hoewel de woonblokken uit de Sovjettijd nog steeds het stadsbeeld bepalen, oogt het centrum verrassend eigentijds en modern.

Net buiten de stad, vlak bij de riviermonding, houden we halt op een parking. Aan de overzijde staan de bossen roerloos in het bleke licht. Ze zien eruit zoals bossen overal ter wereld eruitzien — zwijgend, onverschillig — en toch markeren ze een andere werkelijkheid. Daar, aan de overkant van het water, begint Rusland.

Aan de overzijde van de Narva ligt een Russische patrouilleboot voor anker.